Kosten

Aan onze diensten zijn kosten verbonden. Alle prijzen zijn exclusief BTW. Prijspeil 2026:

Toetsing

Eenmalige kosten

Registratietoetsing

€3.940

Toetsing voor een dependance

€3.190 - €3.940

Toetsing n.a.v. ingrijpende wijziging

€1.690 + €160 per te toetsen normcriterium

*De kosten voor een toetsing n.a.v. ingrijpende wijziging hangen af van de wijziging(en) en welke criteria opnieuw getoetst moeten worden.

Een herijking wordt betaald uit de jaarlijkse bijdrage van alle geregistreerde musea. De jaarlijkse bijdrage wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld. Met de jaarlijkse bijdrage wordt de instandhouding van het keurmerk ‘geregistreerd museum’ bekostigd, o.a. door het uitvoeren van herijkingen. Daarnaast wordt met de jaarbijdrage ook de Toetsingscommissie Beschermwaardigheid in stand gehouden.

Met ingang van 2026 zal een nieuwe contributietabel gehanteerd worden voor de jaarbijdrage. Waar de oude tabel bestond uit 6 tariefklassen, zal de nieuwe tabel uit 10 bestaan. De tabel zal qua klassen aansluiten op de contributietabel van de Museumvereniging. We hanteren niet dezelfde bedragen, maar een percentage van de tarieven van de Museumvereniging. Leden van de vereniging zullen bij beide organisaties in dezelfde klasse vallen. Voor 2026 zal gebruik gemaakt gaan worden van onderstaande contributietabel (tikfouten voorbehouden). Alle bedragen zijn exclusief BTW.

Exploitatietotaal museum

Tariefklasse

Jaarlijkse bijdrage Museumregister

tot €51.650

Tariefklasse 1

€ 161

€51.650 tot €103.300

Tariefklasse 2

€ 196

€103.300 tot €206.600

Tariefklasse 3

€ 263

€206.600 tot €413.200

Tariefklasse 4

€ 393

€413.200 tot €826.400

Tariefklasse 5

€ 626

€826.400 tot €1.652.800

Tariefklasse 6

€ 989

€1.652.800 tot €3.305.600

Tariefklasse 7

€ 1.515

€3.305.600 tot €6.611.200

Tariefklasse 8

€ 2.241

€6.611.200 tot €13.222.400

Tariefklasse 9

€ 3.201

Meer dan €13.222.400

Tariefklasse 10

€ 4.418

*Bepalend voor de indeling in een tariefklasse is het exploitatiebudget van de geregistreerde instelling. Hiervoor wordt gekeken naar de totale baten van het kalenderjaar twee jaar vóór het huidige jaar. Voor 2026 is dat het jaar 2024. Onder exploitatiebudget wordt in ieder geval verstaan: inkomsten uit kaartverkoop, horeca, winkel, verhuur, subsidies, legaten en sponsorgelden. Specifiek voor collectieaankopen verkregen gelden worden hierbij buiten beschouwing gelaten. Daarnaast worden door derden gedragen kosten, zoals personeelslasten, huur en energie tot het exploitatietotaal meegewogen.